Marollenreeks

Lyste van spreek-woorden (1708).

A. Hanou, Verlicht Amsterdam.

Les entretiens curieux, de Tartuffe et de Rabelais, Sur les Femmes (1688). Par le Sr. de la Daillhiere.

De slapende philosoof. In ’t Harnas gejaagt door den Goliath J.C. Weyerman. Ed. André Hanou.

Rietje van Vliet (ed.), SYBERG. De Zoetermeerse Alchemist.

André Hanou, De loge Concordia Vincit Animos te Amsterdam. Namenlijsten (1755-ca 1825).

terug naar boven

Lyste van spreek-woorden (1708).
Editie Rietje van Vliet
Marollenreeks 1
ISBN 90-75179-10-3
Prijs: € 7,95 – helaas uitverkocht

“Wel de drommel [sey Besje] sy soenen mijn dochter, en laten mijn leggen.” In dit apologische spreekwoord moppert een tandenloze, gerimpelde ouwe vrijster over de bronstige boerenkinkels die het alleen maar op haar dochter gemunt hebben. De scene is kort en komisch. Ze doet denken aan kluch­ten, waar de personages eveneens universele types zijn: oerdom en af­komstig uit de laagste klasse, zoals boeren, vissers, oudjes, mensen van straat en kroeg.
Ook in thema lijken kluchten en apologi­sche spreek­woorden op elkaar. Zo is er vrijwel altijd sprake van een zekere spanning tussen man en vrouw, tussen rangen en standen, tussen generaties, waarbij onmatigheid in eten, drinken of sex regelmatig het komische nog eens extra onderstreept.
Apologische spreekwoorden kennen een vast patroon: uitspraak, spreker en omstandighe­den. Dat laatste moet tegelijkertijd het voorval rechtvaardigen. Het geestige schuilt vaak in de tegenstelling die erin besloten ligt. Een scabreuze uitspraak van een menist bij­voorbeeld, of een opmerking van een boer in het Latijn. Ook understatements, dubbelzinnig­heden, banaliteiten en obsceniteiten verhogen het humoristisch effect van de spreekwoorden.
Het is onbekend of de Lyste van spreek-woor­den zelf verzonnen is of een weergave van orale volks­humor. Ze zijn immers is opgenomen in de Lyste van Rariteiten (1708?), een gefingeerde verkoop­lijst aangevuld met spreekwoor­denverza­melingen, waarschijnlijk geschreven door een groep Leidse studenten (gezien de verwijzingen naar het Leidse milieu en de vele ontleningen aan werken van Rabelais, La Fontaine en de Haagse satiricus-publicist Hendrik Doedijns). De hier afgedrukte lijst is de eerste verzame­ling apologische spreekwoor­den die als één geheel zijn gepubli­ceerd. Nadien zijn slechts enkele opgenomen in andere bundels: negentiende- en twintigste-eeuwse editeurs achtten ze van een te laag allooi om ze integraal in spreekwoordenbundels op te nemen . .

terug naar boven

A. Hanou, Verlicht Amsterdam.
Marollenreeks 2
ISBN 90-75179-23-5
Prijs: € 10,-

In de Nederlandse literatuur van de Verlichting (1670-1830) is Amsterdam vaak het decor. Amsterdam blijkt gezien te worden als het hart van het gemenebest. Het is de stad waar de republikeinse mores gehandhaafd worden. Tegelijk is het een stad vol gevaren. In deze tekst worden enkele voorbeelden gegeven van de wijze waarop in serieuze en onserieuze literatuur verschillende Amsterdamse buurten en locaties een plaats krijgen.
André Hanou was langdurig Amsterdammer, en tevens verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Tekst van het afscheidscollege.

terug naar boven

Les entretiens curieux, de Tartuffe et de Rabelais, Sur les Femmes (1688). Par le Sr. de la Daillhiere.
Editie A. Hanou
Marollenreeks 3
ISBN 90-75179-24-3
Prijs: € 14,95

Wie bij dit werkje verwacht iets door of althans in de geest van Rabelais te vinden, komt bedrogen uit. Er waait u geen tomeloze levenslust tegemoet. U vindt niet: spotzucht, woordspelingen, anarchie. Zelfs het erotische element is schaars – ondanks het feit dat in de titel vermeld staat dat het gaat om gesprekken ‘sur les femmes’.
Zeker, de auteur deelt het nodige over de man-vrouw-verhouding mee, lijkt er zelfs gedecideerde opinies over het karakter van de vrouw in het algemeen op na te houden. Maar het gaat in deze gesprekken vooral om de vraag hoe de vrouw in het gareel te houden is. Dat wordt uitgelegd aan de hand van opvattingen en geschiedenissen uit het verleden. Zulks is bij tijd en wijle best onderhoudend – een verhaal over het opeten van lichaamsdelen van een ontrouwe echtgenote smaakt zogezegd in alle tijden naar méér – maar deze en andere anekdotiek wordt gebracht in de dorre stijl van een lexicon.
Rabelaisiaans lijkt even in het begin de wijze waarop Rabelais en Tartuffe elkaar bestrijden. De figuur Rabelais opent vrij plastisch de aanval op Tartuffe, op diens eigenaardigheden, op diens bigotterie en pruderie. Maar al gauw blijken de twee oude vrienden, ondanks hun tegengestelde karakters. In het vervolg wordt Tartuffe de ‘aangever’ van Rabelais. Rabelais moet antwoorden op allerlei vragen van Tartuffe omtrent de vrouwen. Dat doet de Rabelais uit deze tekst maar al te graag. Hij ontpopt zich als een schoolmeester die allerlei feiten en weetjes meedeelt en de geschiedenis plundert om verhalen over het overspel te vertellen. Hij weet alles van het soort straffen voor ongeoorloofde minnehandel die in de loop der tijden bij verschillende volken in gebruik zijn geweest. Deze Rabelais is nogal een instructor, een praatgraag, een wijsneus. Ik zou haast zeggen: hij is een Tartuffe.
Erger nog. Deze Rabelais kent niets van de nieuwsgierigheid van de Renaissance-geleerde uit de zestiende eeuw of van de drang tot onderzoek in de nieuwe wereld, zoals we die ontwaren bij veel onderzoekers-philosophes rond 1680. Déze Rabelais lepelt alleen het reeds bekende op. Net als de echte Rabelais is hij een polyhistor die alle klassieke teksten uit zijn hoofd kent. Hij weet uitstekend wat er te vinden is bij Ovidius, Propertius, Vergilius, Propertius, Ammianus Marcellinus, Plinius, Pomponius Mela, Terentius, Juvenalis, Claudianus.

terug naar boven

De slapende philosoof. In ’t Harnas gejaagt door den Goliath J.C. Weyerman.
Editie André Hanou
Marollenreeks 4
ISBN 978 90 75179 27 9.
12 blzz.
Prijs: € 5,–

Van het pamflet De slapende philosoof (ca. 1735) is slechts één exemplaar bekend, in de UB Gent. Het begint zo:

‘Na dat Philomathes de seeve Perioden
Der Coccejanery, de Blixem der Sinoden
Ontdoken was door keus van ’t Gradus Doctoratus.
En reeds besitter was der beurs van Fortunatus
Besogt hy op een tyd het Dolhuis van de Gekken,
Daar elk sijn Narrekap moest uit sijn ooge trekken.
Een van St. Lucas Gildebroers hem gaande en staande
Daar over aan spoog [...]’

Die Lucasgildebroer (een schilder dus) blijkt verderop Jacob Campo Weyerman (1677-1747) te zijn. Hij wordt in het pamflet aangevallen wegens zijn schendboek over de baron van Syberg, een gentleman-oplichter en alchimist. Weyerman heeft, volgens de anonieme auteur, niets begrepen van het sprituele proces van de alchimie. Hij is een ‘schendbok van de maagd Chimie’.

‘Noit hebt gy ThomasSoon, de throon met ses paar leuwen
Van Salomon gesien. Ontviel u dan de bout,
AEsopus Hond! Gy sogt geen God, maar Sybergs goud.’

terug naar boven

Rietje van Vliet (ed.), SYBERG. De Zoetermeerse Alchemist.
Marollenreeks 5
ISBN 978 90 75179 29 3.
168 blzz.
Prijs: € 18,95

In het boek SYBERG. De Zoetermeerse Alchemist wordt een onbekend, pikant stukje geschiedenis van Zoetermeer blootgelegd. Aan de hand van eigentijdse krantenartikelen en teksten van Jacob Campo Weyerman wordt uit de doeken gedaan welke taferelen zich daar in de zomer van 1732 hebben afgespeeld.
Zoetermeer was in 1732 de plaats waar de internationaal beruchte oplichter, de baron van Syberg, was neergestreken. In zijn huis aan de Dorpsstraat vonden drankorgiën plaats. ’s Nachts zette hij de boel op stelten. Zoetermeerse dorpsmadelieven werden verleid. En, als we Syberg mogen geloven, werd in zijn huis goud gemaakt. Syberg was namelijk in het bezit van de steen der wijzen. In Zoetermeer werd de kunst der alchemie bedreven.
Syberg beloofde bankiers en renteniers tegen betaling van een voorschot een gouden toekomst. Ook Zoetermeer kon rekenen op gouden keien in de Dorpsstraat. Maar naar mate zijn schulden toenamen en het goud uitbleef, nam het wantrouwen tegen de eenarmige baron toe. Hij was dan ook weer snel vertrokken.
De achttiende-eeuwse schrijver en satiricus Weyerman kende Syberg persoonlijk. Ook hij was in de Dorpsstraat op bezoek geweest. Ook hij was beduveld. Weyerman pleegde een heuse karaktermoord in de vorm van een dodelijke biografie en een venijnig toneelstuk.
De rijk geïllustreerde bundel bevat een levensbeschrijving van de oplichter, waarin ruime aandacht is voor de manier waarop Syberg zich in Zoetermeer heeft misdragen. Een artikel over de alchemie maakt duidelijk wat er gebeurde in het mysterieuze stookhuis aan de Dorpsstraat. Verder staan er in SYBERG eigentijdse krantenartikelen over de oplichter, en een keur aan teksten van Jacob Campo Weyerman.
SYBERG. De Zoetermeerse Alchemist is een uitgave van de Stichting Jacob Campo Weyerman ter gelegenheid van een lezingendag in het Stadsmuseum Zoetermeer, samen met het Historisch Genootschap Oud Soetermeer.

terug naar boven

André Hanou, De loge Concordia Vincit Animos te Amsterdam. Namenlijsten (1755-ca 1825).
Marollenreeks 6
ISBN 978 90 75179 30 9.
75 blzz.
Prijs: € 10,00

Concordia Vincit Animos werd als vijfde Nederlandse vrijmetselaarsloge op 14 april 1755 officieel erkend en behoort daarmee tot de oudste loges van Nederland. Vrijwel ononderbroken is deze Amsterdamse loge actief geweest. Nog altijd worden er wekelijks bijeenkomsten gehouden in het Logegebouw aan de Vondelstraat.
De loge kende in de eerste 75 jaar van haar bestaan vele schrijvers, denkers en politici onder haar leden en bezoekers. Uit de notulenboeken spreekt een sterk kosmopolitisch karakter. De visiteursboeken bevatten namen van gasten uit de verste uithoeken van West- Europa. De loge was aantrekkelijk als bezoek- of doorgangshuis voor zeelui en handelslieden.
Dit boek bevat vier namenlijsten van Concordia Vincit Animos voor de periode 1755 tot circa 1825: leden van de loge zelf, gasten van andere Amsterdamse loges, gasten van loges elders uit de Republiek, en echte ‘vreemde’ bezoekers (visiteurs).
De namenlijsten zijn samengesteld op basis van de constitutiebrief van de loge (1755), de ledenlijsten, notulen en visiteursboeken uit de periode 1755 – ca 1825.


terug naar boven