Paddemoesreeks


Marlies Hoff, Johanna Cornelia Ziesenis-Wattier (1762-1827). “De grootste actrice van Europa”

E.M. Beekman, The crippled heart. An introduction to the life, times and works of Willem Godschalk van Focquenbroch

A.J. Hanou, Onder de acacia. Studies over de Nederlandse vrijmetselarij en vrijmetselaarsloges vóór 1830 (uitverkocht)

terug naar boven

Marlies Hoff, Johanna Cornelia Ziesenis-Wattier (1762-1827). “De grootste actrice van Europa”
Paddemoesreeks 1
ISBN 90-75179-07-3
Prijs: € 18,15

“De grootste actrice van Europa”. Zo zou Napoleon Johanna Cornelia Ziesenis-Wattier genoemd hebben, nadat hij haar op 23 oktober 1811 te Amsterdam had zien optreden in de rol van Fedra in het gelijknamige toneelstuk van Racine. En hij was niet de enige die dat vond. Talrijke staatslieden, toneelschrijvers en dichters waren vol lof over Wattiers acteertalenten op de planken. Als hun muze inspireerde zij auteurs als Kinker, Tollens, Helmers, Nomsz, Van Hall en Van Walré tot het schrijven van menig toneelstuk en vele lofdichten. Hún ‘eigen’ Melpomene moest de hoofdrol spelen, de gedichten voordragen.
Gedurende haar loopbaan op het Nederlandse toneel, tussen 1780 en 1824, reikte de bewondering voor haar natuurlijke spel en haar magistrale verschijning tot over Neerlands grenzen. Toch taande haar roem snel, toen Wattier zich wegens haar leeftijd van het podium moest terugtrekken. Haar laatste jaren bracht ze in eenzaamheid door. Bij haar overlijden in 1827 werden talrijke artikelen aan haar carrière gewijd, maar men was haar snel vergeten. Slechts haar portretten in de Amsterdamse Stadsschouwburg herinneren nog aan haar roemrijke verleden.
Met de studie van Marlies Hoff over Johanna Cornelia Ziesenis-Wattier wordt één van de grootste actrices die Nederland ooit gekend heeft, aan de vergetelheid ontrukt.
De auteur geeft niet alleen een uitvoerig gedocumenteerde biografie van Ziesenis-Wattier, maar ook een schets van hoe haar optreden werd gewaardeerd door de keur van het toneelminnend publiek. Haar correspondentie met de Amsterdamse advocaat Adriaan de Bruine, aan het einde van haar leven, is eveneens in het boek opgenomen. Twaalf brieven, nooit eerder gepubliceerd, verraden een vrouw die inmiddels een roemrijke carrière achter zich heeft gelaten. Geldzorgen en gezondheidsproblemen zijn aan de orde van de dag.
De bijlagen bevatten transcripties van diverse archiefstukken die Ziesenis-Wattiers nalatenschap betreffen. Ook wordt een overzicht gegeven van haar correspondentie (voor zover bekend) en van alle afbeeldingen van de actrice; een groot aantal daarvan is in het boek afgebeeld.

terug naar boven

E.M. Beekman, The crippled heart. An introduction to the life, times and works of Willem Godschalk van Focquenbroch
Paddemoesreeks 2
ISBN 90-75179-09-x
Prijs: € 18,15

Hoewel Willem Godschalck van Focquenbroch (1640-1670) gerekend wordt tot de grotere schrijvers van de Gouden Eeuw, is er van hem in de laatste decennia slechts een enkele tekstuitgave en/of studie verschenen. Tijdens zijn korte maar intense leven schreef hij een bescheiden aantal boeken, die voor ons – in vergelijking met de meeste werken van zijn tijdgenoten – meer relevantie bezitten. Zijn lyrische poëzie is erotisch, scherp en geestig. In zijn satirische gedichten steekt hij de draak met de klassieke traditie. Zijn comedies, tenslotte, laten een levendig beeld zien van de samenleving uit die tijd.
Tijdens zijn verblijf aan de West-Afrikaanse Goudkust heeft Focquenbroch ook vier lange ‘brieven’ geschreven. Aangezien er bijzonder weinig Europese teksten over dit gebied uit deze vroege periode bestaan, hebben deze prozateksten zowel een historische als literaire waarde. In deze studie zijn die brieven voor het eerst uitgegeven, vertaald in het Engels en voorzien van annotaties.
Tradition promotes major writers but less well-known authors can be far more representative of an age. That is certainly true of the Dutchman Willem Godschalck van Focquenbroch, who lived between 1640 and 1670. In his brief and poignant life he produced a modest body of work which is more relevant to our age than that of most of his contemporaries. His lyrical poetry is erotic, witty, and moving; his satiric verse mocks the classical tradition, while his comedies present a vivid portrait of contemporary society.
Focquenbroch also wrote four long ‘letters’ from the West-African Gold Coast. Since there are very few European texts from this early period about this region, these prose texts have historical as well as literary value. They are translated and annotated here for the first time, representing the final section of a study, the first in English, that introduces a remarkable seventeenth-century writer to the general reader.
E.M. Beekman is Professor of Germanic Languages and Literature at the University of Massachusetts at Amherst in the U.S. He is the author of two dozen books.

terug naar boven

A.J. Hanou, Onder de acacia. Studies over de Nederlandse vrijmetselarij en vrijmetselaarsloges vóór 1830
Paddemoesreeks 3
ISBN 90-75179-13-8
Prijs: € 18,15 (helaas: uitverkocht)

Herfst 1751. Boven Amsterdam wordt vuurwerk afgeschoten. Aan de avondhemel kan men in kleuren zien: De Logie der Vrye Metselaers.
Hoe onzichtbaar de vrijmetselarij in normale omstandigheden ook was, of wilde zijn, hiermee werd duidelijk dat het grootste – en nog steeds bloeiende – genootschap van de achttiende eeuw de aandacht trok van een groot publiek. In tientallen loges zal zich een belangrijk deel verzamelen van de Nederlandse elite.
In dit boek zijn studies verzameld over aspecten van de Nederlandse vrijmetselarij in de periode 1700-1830. De algemene ontwikkeling wordt besproken, evenals het beeld van de maçons bij de tegenstanders. Verder komen uitgebreid aan de orde: ontstaan van, en verwikkelingen binnen een aantal loges in: Utrecht, Leiden, Sluis, Amsterdam, Haarlem, Den Helder. Het loge-leven blijkt niet zelden bepaald door de vaderlandse situatie, door de politiek, door kleurrijke en eigenzinnige leiders, door interne tegenstellingen.
Tevens vindt men hier gegevens over vele personen die bij genoemde loges betrokken waren, en over nog anderen. Aldus wordt meer zichtbaar van een belangrijk verschijnsel uit de tijd van de Verlichting.


terug naar boven